vrijdag 7 november 2008

Tweede artikel over Honduras: risicomanagement



Ons tweede artikel voor de Nederlandse media is vandaag de deur uitgegaan:

RISICOMANAGEMENT IN HONDURAS

Inleiding

De situatie in Honduras is nog altijd crisis. Meer dan 40 doden in totaal. Het water is gezakt, maar duizenden families kunnen nog altijd niet terug naar hun huizen in verband met de enorme schade die deze hebben opgelopen. Uit elkaar gevallen muren, ingestorte daken, weggespoelde oogsten, onbegaanbare wegen en een enorme kou zijn een zorgwekkende combinatie. Het koude front heeft inmiddels 15 doden geëist. Risicomanagement als specifiek thema staat in Honduras nog in de kinderschoenen, terwijl het een enorm belangrijk thema is in dit Middenamerikaanse land.

In principe worden noodsituaties en natuurlijke rampen in Honduras hoofdzakelijk geassocieerd met overstromingen in de regio’s Valle de Sula (het noordwesten, rondom het economisch hart San Pedro Sula), Bajo Aguán (het noorden, de kustgebieden) en het zuiden van het land (rondom hoofdstad Tegucigalpa). Het westen (de regio Occidente) werd vaak gezien als minder kwetsbaar voor rampen en dus werd er nauwelijks tot geen aandacht aan besteed. Wij werken in Occidente voor OCDIH en ASONOG, via het internationale programma To Get There van ICCO en hebben gezien hoe kwetsbaar deze regio is.  

 

Coördinatie en samenwerking

Regionale rampenbestrijdingsstructuren als COE (Centro de Operaciones de Emergencia), CODEM (Comités de Emergencia Municipales) en CODEL (Comités de Emergencias Local) worden in de praktijk door overheidsinstellingen meestal niet erkend en dus worden hun capaciteiten niet optimaal benut in noodsituaties. COE is de regionale instantie die de verantwoordelijkheid op zich neemt om informatie, verzameld door verschillende instanties vanuit de gemeentes, te beheren en te coördineren. Deze informatie wordt vervolgens gestuurd naar COEN (Centro de Operaciones de Emergencia Nacional), om van daaruit naar de overeenkomstige instanties te sturen.

Op 22 oktober heeft de president per departement een stafmedewerker aangewezen met de verantwoordelijkheid van coördinatie in de hulpverlening aan de getroffen bevolking. Elke medewerker is bevoegd in te spelen op de behoeften en acties te ondernemen. Tot op heden hebben zij COE niet erkend als coördinatiepunt van informatie en dus geen gebruik gemaakt van de ondersteuning en kennis die COE kan bieden in deze situatie. Er wordt dus dubbel werk verricht: de aangewezen overheidsmedewerkers vragen een schaderapport aan de burgemeeesters, terwijl COE deze informatie dagelijks actualizeert. De meeste staatsinstellingen zijn doof voor het mandaat van de verklaring van de nationale noodtoestand, die hen verplicht zich aan te sluiten bij de acties op de noodtoestand.

Alhoewel de nationale noodtoestand op papier een samenbundeling van krachten bemoedigt, hebben veel overheidsinstanties dit niet gedaan. Het zijn vooral kerken en maatschappelijke organisaties (NGO’s) die vanaf het begin hebben bijgedragen aan de verzameling van informatie over de schade en de distributie van humanitaire hulp.

De inzet van regeringsafgevaardigden wordt door veel NGO’s meer gezien als een beslissing waar politici voordeel uit kunnen halen in de aankomende verkiezingen deze maand en zo dus gepolitiseerde acties kunnen uitvoeren. Hierbij worden instanties als COE niet erkend als organen voor overleg, afspraken en betrouwbare informatie, wat een veel efectievere hulpverlening had kunnen opleveren.

 

OCDIH en risicomanagement

Waarom heeft een organisatie werkzaam in dit land risicomanagement niet als een van de hoofdthema’s? Het antwoord wordt duidelijk als je een kwetsbare gemeenschap in het meest arme deel van Honduras binnen gaat: Lempira. Met nieuwe rubberlaarzen loop je de modderige berg op om de schade aan de huizen op te nemen en vervolgens verder te communiceren naar de gemeente, de overheid en de verdere wereld. Kinderen op blote voeten lopen met je mee. Het is zes graden, de modder komt soms tot aan de knieën, en je kunt je de kou voorstellen die deze kinderen moeten voelen.

Op dit moment zijn de organisaties van civil society data aan het verzamelen, voedsel aan het uitdelen, dekens aan het verspreiden, en fondsen aan het zoeken. De meest urbane gebieden zijn in goede handen – het zijn de onbereikbare gebieden waar je je zorgen over kan maken. De algemene hulp bereikt hen niet, omdat ze de schade in hun gemeenschappen niet rapporteren. Wie vraagt die krijgt wat, wie niet vraagt niet. De lokale crisis comités zijn niet werkzaam, de gevaarlijke huizen nog altijd bewoond. Tien jaar geleden gedurende de orkaan Mitch, hebben deze mensen geen enkele organisatie gezien, geen kilo bonen gekregen, dus waarom zouden ze nu rapporteren?

De overheid heeft inmiddels 15miljoen Lempiras beschikbaar gesteld voor het herstellen van de infrastructuur. Een deel van het Armoedebestrijding Fonds is voor de crisis ter beschikking gesteld. Maar hoe zit het met de toegang tot dit beschikbaargestelde geld?

Hoewel ik aanvankelijk teleurgesteld was over het feit dat OCDIH niet direct aan risicomanagement doet, zag ik de moeilijkheid in een situatie als deze. “Je moet voor je eigen rechten opkomen, ok. Rapporteer je schade en ga naar de gemeente. Er is geld voor je binnen de Armoedebestrijding Fondsen, dus organiseer je als gemeenschap en ga ervoor”. Komt het aan bij iemand met een lege maag en koude voeten? Dat is een goede vraag. Maar de harde waarheid is dat het geven van maïs en bonen de mensen afhankelijk maakt en slechts een heel tijdelijke oplossing biedt. OCDIH staat de mensen bij in het formuleren van hun eigen belangen en deze uitdragen tegenover de gemeentes. Dat is een heel belangrijke stap in risicomanagement.

Een ramp of crisis als deze komt niet uit het niets. Het is de pijnlijke combinatie van een natuurlijk fenomeen met de kwetsbaarheid van de bevolking. De sociale en economische armoede, de ontbossing, het gebrek aan participatie, de uitputtende manier van landbouw. Op deze themas werkt OCDIH, misschien valt het niet direct onder de noemer ´risicomanagement´, maar het verkleinen van de kwetsbaarheid van de bevolking verkleint direct de kans op rampen.

 

ASONOG en risicomanagement

Na de orkaan Mitch heeft ASONOG een programma opgezet dat strijdt voor de opname van risicomanagement in gemeentelijke, regionale en nationale ontwikkelingsprogramma’s. Waarom? Omdat na Mitch duidelijk werd dat er moet worden gewerkt aan de voorkóming van rampen. Rampen zijn in principe niet-behandelde risico’s. En de risiconiveaus van een samenleving zijn gerelateerd aan de ontwikkelingsniveaus van die samenleving, en haar capaciteit om die risicofactoren dusdanig te verminderen, dat de grootste bedreigingen worden weggenomen. En aangezien de regering uit zichzelf niet geïnteresseerd is in de insluiting van risicomanagement in haar plannen, probeert ASONOG het met haar partners en allianties op de politieke agenda te krijgen.

Zo heeft ASONOG i.s.m. andere sociale actoren in 2004 regionale organen (Mesa Regional de Incidencia Política para la Gestión de Riesgo) opgezet om ruimtes te creëren voor analyse, afspraken, uitwisseling van ervaringen en informatie en capaciteitsversterking. Dit alles ten behoeve van lobby voor risicomanagement op de politieke agenda in Honduras. Lokale capaciteiten kunnen niet alleen strijden voor de voorkóming van rampen, zij hebben hierbij hulp nodig van de lokale overheden die  risicomanagement moeten opnemen in de gemeentelijke ontwikkelingsplannen. Uiteindelijk is de staat namelijk verantwoordelijk voor de kwetsbare bevolkingsgroepen.

Ruimtelijke Ordening zou een fundamentele strategie moeten zijn, geïmplementeerd door de lokale overheid, om te voorkómen dat men gaat bouwen in gevaarlijke gebieden en om de veiligste gebieden in elke gemeente te identificeren. Als er geen les is geleerd van de ervaringen met orkaan Mitch, dan moet deze noodtoestand een proces op gang brengen van overleg, reflexie en voorstellen tegenover de nieuwe uitdagingen die risicomanagment eist. Het is noodzakelijk dat nationale en internationale organisaties, publiek of privaat, een nieuwe richting inslaan en de risicomanagement als fundamenteel element in hun ontwikkelingsprocessen opnemen.